Wat is een encoder?

Een encoder is een sensor die beweging, zoals de hoekpositie van een as of de verplaatsing langs een rechte lijn, omzet in een elektrisch signaal waaruit een PLC, motion controller of aandrijving positie, snelheid en draairichting kan afleiden. Encoders leveren de terugkoppeling die een gesloten regelkring nodig heeft om een as precies op de juiste plek te laten stoppen. Ze zitten in vrijwel elke machine met motion control: van servomotoren en CNC-bewerkingscentra tot robots, verpakkingsmachines en transportbanden in de industriële automatisering.


🧠 Hoe werkt een encoder?

Een encoder bestaat uit een meetschaal (een schijf op de as of een liniaal langs de baan), een aftastkop en elektronica die het ruwe signaal omzet naar een bruikbare uitgang. Het meetprincipe bepaalt grotendeels de nauwkeurigheid en de robuustheid:

Meetprincipe Werking Sterk punt Zwak punt
Optisch Lichtbron schijnt door of op een schijf of liniaal met fijne streepjes Hoogste resolutie en nauwkeurigheid Gevoelig voor vuil, condens en schokken
Magnetisch Hall- of magnetoresistieve sensor leest een gemagnetiseerde ring of strip Robuust tegen stof, olie en trillingen Doorgaans lagere nauwkeurigheid dan optisch
Inductief / capacitief Meet veranderingen in een elektromagnetisch veld of capaciteit Ongevoelig voor vervuiling, compact Minder gangbaar, vaak in motorfeedback en specifieke toepassingen
Mechanisch (contact) Sleepcontacten op een codeschijf Goedkoop Slijtage en contactdender; in industrie zeldzaam

Daarnaast onderscheidt men roterende encoders (draaigevers, met massieve as of holle as) en lineaire encoders (glasliniaal of magneetband), bijvoorbeeld op de assen van een CNC-machine. Een verwant apparaat is de resolver: een robuuste analoge hoekmeter met wikkelingen in plaats van een codeschijf, veel gebruikt in zware omstandigheden.


🔄 Wat is het verschil tussen een incrementele en een absolute encoder?

Een incrementele encoder geeft pulsen af bij beweging. Twee kanalen, A en B, staan 90° in fase verschoven (kwadratuur): uit welk kanaal voorloopt volgt de draairichting, uit de pulsfrequentie de snelheid. Een optioneel Z-kanaal (index) geeft één puls per omwenteling als referentiepunt. Door op alle flanken van A en B te tellen (vierdubbele evaluatie, x4) levert een encoder van 1.024 pulsen per omwenteling (PPR) 4.096 stappen, ofwel circa 0,088° per stap. Na spanningsuitval is de positie onbekend, dus de machine moet eerst een referentierit (homing) maken.

Een absolute encoder geeft voor elke hoekpositie een unieke code, zodat de positie direct na inschakelen bekend is. Op de codeschijf wordt vaak Gray-code gebruikt: daarbij verandert per stap maar één bit, zodat een kleine uitlijnfout nooit een grote sprong in de uitlezing geeft. Frank Gray van Bell Labs vroeg hier in 1947 octrooi op, dat in 1953 werd verleend.

  • Singleturn - uniek binnen één omwenteling; 17 bit betekent 131.072 posities per omwenteling, en servomotor-encoders halen vaak 20 bit of meer.
  • Multiturn - telt daarnaast het aantal omwentelingen, bijvoorbeeld 12 bit voor 4.096 omwentelingen. Dat tellen gebeurt via een tandwielreductie, een bufferbatterij of energieoogst met een Wiegand-draad, die bij elke omwenteling genoeg energie opwekt om de teller bij te werken zonder batterij.
Kenmerk Incrementeel Absoluut singleturn Absoluut multiturn
Positie na inschakelen Onbekend, homing nodig Bekend binnen één omwenteling Volledig bekend
Typische uitgang A/B/Z-pulsen (TTL, HTL) Serieel of veldbus Serieel of veldbus
Complexiteit en prijs Laag Middel Hoger
Typische toepassing Snelheidsmeting, transportbanden Draaitafels, klepstanden Robotassen, servo-assen, lange lineaire assen

🔌 Welke signalen en interfaces gebruiken encoders?

Bij encoders worden twee dingen vaak door elkaar gehaald: het elektrische niveau van incrementele pulsen en het protocol waarmee een absolute positie wordt verzonden.

Interface Soort Kenmerk
TTL / RS-422 Incrementeel, differentieel 5 V, signalen A en /A enzovoort; goed bestand tegen storing en geschikt voor hoge frequenties
HTL (push-pull) Incrementeel 10–30 V, sluit direct aan op 24 V-ingangen van een PLC
Sin/cos 1 Vpp Analoog incrementeel Sinussignalen die de besturing fijn interpoleert tot zeer hoge resolutie
SSI Serieel absoluut Ontwikkeld door Stegmann in 1984; klok en data via RS-422, typisch 100 kHz tot 2 MHz
BiSS C Serieel absoluut, open Open protocol dat iC-Haus in 2002 introduceerde; de C-modus is bidirectioneel, met positie en parameters tegelijk
EnDat 2.2 Serieel absoluut Heidenhain; digitaal en bidirectioneel, veel in werktuigmachines
HIPERFACE DSL Serieel absoluut SICK; twee aders in de motorkabel (one-cable-technologie)
Veldbus / Ethernet Netwerk Encoderprofiel PI 3.162 voor PROFIBUS en PROFINET, CiA 406 voor CANopen, ook EtherCAT en IO-Link

Encoders met een eigen netwerkaansluiting gebruiken gestandaardiseerde apparaatprofielen. Het PROFIBUS/PROFINET-encoderprofiel (versie 4.2) werkt met PROFIdrive-telegrammen 81 tot 84 en definieert sinds die versie ook veilige positiewaarden via PROFIsafe. Het CANopen-profiel CiA 406 dekt roterende en lineaire, incrementele en absolute encoders. Zo kan een encoder van een andere fabrikant worden ingezet zonder het PLC-programma te herschrijven. Meer over de verschillende netwerken leest u bij veldbussen en Industrial Ethernet.


🛠 Hoe kiest en installeert u een encoder?

Een praktische aanpak in vijf stappen:

  1. Bepaal de functie - alleen snelheid (incrementeel volstaat) of positie die een stroomstoring moet overleven (absoluut, bij meerdere omwentelingen multiturn).
  2. Reken de resolutie en frequentie door - bij 2.048 PPR en 3.000 tpm is de uitgangsfrequentie 2.048 × 3.000 / 60 = 102,4 kHz. Controleer of zowel de encoder (veel datasheets noemen tot circa 300 kHz) als de telleringang van de PLC of IO-kaart dat aankan; standaard digitale ingangen zijn daar te traag voor.
  3. Kies het signaal bij de ontvanger - HTL voor eenvoudige 24 V-telkaarten, RS-422 voor lange kabels en hoge frequenties, een seriële of netwerkinterface voor servo-assen.
  4. Mechanica en omgeving - massieve as met koppeling of holle as met momentsteun; beschermingsgraad volgens de IP-codering, vaak IP65 of IP67, en schok- en trillingsbestendigheid.
  5. Bekabeling en EMC - afgeschermde twisted-pair kabel, afscherming rondom aarden en encoderkabels gescheiden van motorkabels van een frequentieregelaar leggen. Storing uit zich als telfouten of “springende” posities.

In de praktijk zijn telfouten door slechte afscherming, slippende koppelingen en vervuilde optische schijven de meest voorkomende storingsoorzaken. Diagnose-informatie van moderne encoders, zoals signaalkwaliteit, temperatuur en bedrijfsuren, helpt die vroeg te signaleren.


🏭 Waar worden encoders toegepast?

  • Servo-assen - positie- en snelheidsterugkoppeling voor servomotoren en aandrijvingen
  • Stappenmotoren - detectie van stapverlies bij een stappenmotor in closed-loop uitvoering
  • Frequentieregelaars - vectorregeling met terugkoppeling voor nauwkeurig koppel bij lage toerentallen
  • Transport en logistiek - snelheidsmeting en tracking van producten op transportbanden
  • Verpakkingsmachines - synchronisatie van rollen, messen en labelaars
  • CNC en robotica - lineaire glasliniaal-encoders op machineassen en absolute encoders in elk robotgewricht
  • Regelkringen - terugkoppeling voor een PID-regelaar of een positieregeling in de motion controller

🔐 Welke rol spelen encoders in functionele veiligheid?

Wanneer een machine veilige bewegingsfuncties gebruikt, zoals veilig begrensde snelheid of veilige stilstandbewaking, moet ook de positie- of snelheidsmeting betrouwbaar zijn. Daarvoor bestaan veiligheidsencoders die zijn gecertificeerd volgens IEC 61508 en ISO 13849-1, doorgaans tot SIL 2 of 3 respectievelijk PL d of e. Ze bewaken hun eigen signalen intern of leveren twee onafhankelijke kanalen, die een safety-PLC of veilige aandrijving vergelijkt.

Voor machinebouwers in de EU valt dit onder functionele veiligheid en de Machinerichtlijn, die vanaf 20 januari 2027 wordt vervangen door de Machineverordening (EU) 2023/1230. Een standaardencoder mag niet zomaar in een veiligheidsfunctie worden opgenomen: de ontwerper moet foutdetectie aantonen, bijvoorbeeld voor een losgeschoten koppeling.


🌐 Hoe passen encoders in IT/OT-convergentie?

Netwerk-encoders met IO-Link, PROFINET of EtherCAT leveren meer dan alleen positie: ook diagnose, bedrijfsuren, temperatuur en waarschuwingen over signaalkwaliteit. Via de besturing en OPC UA kan die data naar condition monitoring en predictive maintenance gaan. Zo wordt een vervuilde schijf of een slijtend lager gesignaleerd voordat de machine stilvalt.


❓ Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een encoder en een resolver?

Een encoder meet positie met een codeschijf of liniaal en levert digitale pulsen of een digitale positiewaarde. Een resolver is een analoge hoekmeter met wikkelingen, zonder elektronica in het meetdeel, en daardoor zeer robuust tegen hitte, schokken en vervuiling. Encoders halen doorgaans een hogere resolutie, resolvers worden gekozen voor zware omstandigheden.

Wat betekent PPR bij een encoder?

PPR staat voor pulses per revolution: het aantal pulsen dat een incrementele encoder per omwenteling op kanaal A geeft. Met vierdubbele evaluatie van kanalen A en B telt de besturing vier stappen per puls, dus 1.000 PPR geeft 4.000 tellingen per omwenteling. Bij absolute encoders wordt de resolutie in bits uitgedrukt, bijvoorbeeld 17 bit voor 131.072 posities.

Waarom kiezen voor een absolute encoder in plaats van een incrementele?

Een absolute encoder kent zijn positie direct na inschakelen, zodat een machine na een stroomstoring zonder referentierit verder kan. Dat scheelt tijd en voorkomt botsingen bij assen die niet vrij naar een eindschakelaar kunnen bewegen, zoals robotarmen. Een incrementele encoder is eenvoudiger en goedkoper en volstaat wanneer alleen snelheid of relatieve verplaatsing nodig is.

Kan ik een encoder direct op een PLC aansluiten?

Een incrementele HTL-encoder kan op een 24 V-telleringang of snelle teller van een PLC, mits die de pulsfrequentie aankan. Een TTL-encoder vraagt om een RS-422-ingang, en absolute encoders sluit u aan via een SSI-module of rechtstreeks via een veldbus zoals PROFINET, EtherCAT of IO-Link. Gewone digitale ingangen zijn voor encoderpulsen meestal te traag.

Wat is een multiturn-encoder?

Een multiturn-encoder is een absolute encoder die naast de hoek binnen één omwenteling ook het aantal omwentelingen bijhoudt, ook als de spanning wegvalt. Dat gebeurt met een tandwielreductie, een bufferbatterij of energieoogst via een Wiegand-draad. Multiturn-encoders worden gebruikt voor assen die meerdere omwentelingen maken, zoals spindels en lineaire assen met een kogelomloopspindel.

Waarom geeft mijn encoder telfouten?

Telfouten bij een encoder komen meestal door elektromagnetische storing, een te hoge pulsfrequentie voor de ingang of mechanische slip. Controleer de afscherming en aarding van de kabel, de afstand tot motorkabels van frequentieregelaars, de maximale ingangsfrequentie en de koppeling tussen encoder en as. Bij optische encoders kan ook vervuiling van de codeschijf de oorzaak zijn.


📌 Samengevat

Een encoder vertaalt mechanische beweging naar een signaal dat een besturing kan verwerken. De keuze tussen incrementeel en absoluut, tussen TTL, HTL, een seriële interface of een veldbus, en tussen standaard- en veiligheidsuitvoering bepaalt hoe nauwkeurig, robuust en veilig een machine beweegt. Met netwerk-encoders wordt de encoder bovendien een bron van diagnosedata voor onderhoud en analyse.

Een encoder is het zintuig van elke geregelde beweging: zonder betrouwbare positie- en snelheidsterugkoppeling geen nauwkeurige motion control, robotica of veilige machine.