Wat is een Control Network?

Een Control Network is het netwerksegment binnen een OT-omgeving dat de Real-time communicatie tussen automatiseringscomponenten verzorgt, zoals PLC’s, RTU’s, IO-modules, Remote IO-stations, Drives en de HMI’s aan de machine. Het vormt de ruggengraat van industriële besturing: elke start/stop-opdracht, elk setpoint en elke terugmelding van een Sensor gaat erover. In de procesindustrie heet hetzelfde segment vaak Process Control Network (PCN).

Het Control Network is cruciaal voor veilige, betrouwbare en tijdkritische aansturing van Industriële processen. Een storing van enkele milliseconden kan al een machine laten stoppen.


🧠 Hoe werkt een Control Network?

Een Control Network draait niet om bandbreedte maar om voorspelbaarheid. Een PLC wisselt cyclisch kleine pakketjes uit met zijn IO; als die te laat komen, grijpt een watchdog in en gaat de installatie naar een veilige toestand.

  1. Deterministische communicatie
  1. Protocol- en applicatiegericht
  • Typische protocollen: ProfiNET, Ethernet IP, Modbus TCP, S7 en EtherCAT
  • OPC UA wordt vooral verticaal gebruikt (naar SCADA en MES); met OPC UA FX en PubSub schuift het richting controller-naar-controller-communicatie
  • Vaak ondersteund door tijdsynchronisatie via PTP (IEEE 1588) of, minder nauwkeurig, NTP
  1. Netwerktopologieën

Welke cyclustijden en protocollen zijn gangbaar?

Protocol Laag / transport Typische cyclustijd Poort / kenmerk
PROFINET RT Laag 2, EtherType 0x8892 (geen IP) 250 µs tot 512 ms, vaak 1–4 ms Niet routeerbaar zonder gateway
PROFINET IRT Laag 2 met gereserveerde tijdsloten Vanaf 31,25 µs, jitter rond 1 µs Motion control, vereist IRT-switches
EtherNet/IP UDP 2222 (IO), TCP 44818 (expliciet) RPI vaak enkele tot tientallen ms Routeerbaar, multicast mogelijk
Modbus TCP TCP 502 Polling, meestal 10–1000 ms Geen authenticatie in het basisprotocol
S7comm TCP 102 (ISO-TSAP) Polling via HMI of engineering Siemens-specifiek
EtherCAT Laag 2, frame verwerkt in doorvoer Ruim onder 1 ms mogelijk Eén master, eigen frameverwerking

🧱 Waar zit het Control Network in het Purdue Model?

In het Purdue Model beslaat het Control Network niveau 1 (basisbesturing) en de koppeling naar niveau 0 (veldapparatuur). De lokale HMI-panelen aan een machine hangen er vaak direct aan. De SCADA-servers, Historian en Engineering Stations horen bij het Supervisory Network op niveau 2 en 3. Bij oudere installaties lopen die twee segmenten in de praktijk vaak door elkaar; het scheiden ervan is een van de eerste stappen in een OT-netwerkontwerp.

Netwerk Purdue-niveau Doel Typische systemen
Control Network 0–1 Real-time procesbesturing, lage latency PLC, RTU, IO, drives, safety PLC
Supervisory Network 2–3 Bewaking, bediening, data-opslag SCADA, HMI-servers, historian
Enterprise Network 4–5 IT-systemen en bedrijfsprocessen ERP, e-mail, rapportage
DMZ / iDMZ 3,5 Gecontroleerde overgang IT ↔ OT Jumphosts, patchservers, replica-historian

In een goed OT-ontwerp zijn deze netwerken minimaal logisch gescheiden (eigen VLAN plus Firewall); fysieke scheiding volgt waar de risicoanalyse dat vraagt.


🏭 Waar worden Control Networks toegepast?

  • Aansturing van machines en productielijnen in de maakindustrie
  • Procesbesturing in energiecentrales, chemie, voedingsmiddelen en waterschappen
  • Integratie van veldapparaten met PLC, SCADA of DCS
  • Synchronisatie tussen redundante controllers of Remote IO
  • Onderstations, waar IEC 61850-berichten zoals GOOSE tussen IED’s binnen enkele milliseconden moeten aankomen

Typische componenten:


🔄 Hoe maakt u een Control Network redundant?

Omdat een onderbreking direct productieverlies betekent, is Redundantie standaard. De keuze hangt af van de toelaatbare hersteltijd:

Mechanisme Norm / context Hersteltijd na een storing
RSTP IEEE 802.1w, generiek Ethernet Honderden ms tot seconden, afhankelijk van topologie
MRP IEC 62439-2, vooral PROFINET Worst case 500, 200 of 30 ms (tot 50 switches); 10 ms tot 14 switches
DLR ODVA, EtherNet/IP Typisch onder 3 ms in een ring van 50 knooppunten
PRP IEC 62439-3, twee gescheiden netwerken 0 ms: elk frame gaat dubbel over beide netwerken
HSR IEC 62439-3, ring 0 ms: frames gaan in beide richtingen rond

Vergelijk de hersteltijd altijd met de watchdog-tijd van uw IO-verbindingen. Een PROFINET-apparaat met 1 ms updatetijd en de gebruikelijke watchdogfactor 3 meldt al na 3 ms een verbindingsfout, en overleeft dus ook een MRP-omschakeling van 200 ms niet. Stel de watchdog-tijd daarom bewust hoger in dan de hersteltijd van de ring, of kies stootloze redundantie zoals PRP of HSR wanneer zelfs een korte onderbreking onacceptabel is.


🔐 Hoe beveiligt u een Control Network?

Veel besturingsprotocollen, zoals Modbus TCP en S7, kennen van oudsher geen authenticatie. Wie het Control Network bereikt, kan dus vaak direct opdrachten naar een PLC sturen; Stuxnet liet in 2010 zien wat dat kan betekenen. Beveiliging leunt daarom op de omgeving:

Storingen in het Control Network kunnen leiden tot productiestilstand of veiligheidsrisico’s. Beveiligingsmaatregelen mogen daarom zelf geen extra latency of single point of failure toevoegen.


🔧 Hoe ontwerpt u een Control Network in de praktijk?

  1. Inventariseer alle apparaten, protocollen en verbindingen in een Asset Inventory; zonder dit overzicht kunt u geen firewallregels schrijven.
  2. Bepaal de zones per productielijn of proceseenheid, op basis van een risicoanalyse volgens IEC 62443-3-2, en ken per zone een doel-securityniveau (SL-T) toe; IEC 62443-3-3 beschrijft welke systeemeisen bij dat niveau horen.
  3. Kies de redundantie op basis van watchdog-tijden en de gevolgen van uitval.
  4. Ontwerp de conduits: welke verbindingen naar het Supervisory Network zijn echt nodig, met welk protocol en in welke richting?
  5. Reserveer capaciteit: houd de belasting van IO-verkeer ruim onder de linkcapaciteit, gebruik QoS en beperk broadcast- en multicastverkeer met IGMP snooping.
  6. Test en documenteer het ontwerp bij de FAT en SAT, inclusief het bewust onderbreken van een ringverbinding.

In Nederland is dit niet alleen goed vakmanschap. Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, die op 15 augustus 2026 in werking trad, moeten passende maatregelen nemen voor hun netwerk- en informatiesystemen. Voor drinkwaterbedrijven, energiebedrijven en waterschappen raakt dat rechtstreeks het Control Network.


❓ Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een Control Network en een Supervisory Network?

Een Control Network verbindt PLC’s, IO en drives op Purdue-niveau 0–1 en draait om deterministische communicatie in milliseconden. Een Supervisory Network verbindt SCADA, historians en engineering stations op niveau 2–3 en is gericht op bewaking en bediening. Tussen beide hoort een gecontroleerde overgang, meestal een firewall.

Is een Control Network hetzelfde als een veldbus?

Nee, een veldbus zoals Profibus is een seriële bus, terwijl een modern Control Network meestal op Industrial Ethernet draait. Beide verbinden controllers met IO, en veel Control Networks bevatten nog converters naar bestaande veldbussen. De term Control Network wordt vooral gebruikt voor het Ethernet-segment rond de controllers.

Welke latency is acceptabel in een Control Network?

Dat hangt af van de toepassing: procesregelingen werken vaak met cycli van 100 ms tot 1 s, machinebesturing met 1 tot 10 ms en motion control met minder dan 1 ms. Belangrijker dan de gemiddelde latency is de jitter, omdat een PLC voorspelbare aankomsttijden verwacht. Kies daarom protocol en switches op basis van de krapste cyclus.

Kan ik een gewone kantoorswitch in een Control Network gebruiken?

Dat wordt afgeraden, omdat kantoorswitches meestal geen industriële temperatuurrange, DIN-railmontage, ringprotocollen of PROFINET- en EtherNet/IP-ondersteuning hebben. Een Control Network vraagt om industrial switches die ook bij storing snel herstellen. Ook ontbreken vaak diagnosefuncties die het onderhoud nodig heeft.

Mag een Control Network verbonden zijn met internet?

Een Control Network hoort nooit direct met internet verbonden te zijn. Gegevens naar de cloud of IT lopen via het Supervisory Network en een iDMZ, eventueel via een datadiode. Directe internettoegang maakt PLC’s zonder authenticatie vindbaar en aanvalbaar.

Hoe monitor ik een Control Network zonder de besturing te verstoren?

Gebruik passieve monitoring via een SPAN-poort of netwerk-TAP, zodat de monitoringtool alleen meeleest en geen verkeer naar PLC’s stuurt. OT-specifieke monitoringtools herkennen industriële protocollen en melden nieuwe apparaten of ongebruikelijke schrijfopdrachten. Actief scannen van een Control Network kan oudere controllers laten vastlopen.


📌 Samengevat

Het Control Network vormt het hart van Industriële Automatisering: het netwerk op Purdue-niveau 0–1 waar snelheid, betrouwbaarheid en determinisme centraal staan. Goede Segmentatie, beveiliging die geen latency toevoegt en Redundantie die past bij de watchdog-tijden zijn essentieel voor veilige en stabiele productie.